Waterwaarden: pH, GH en KH
De drie waarden waarmee aquariumwater doorgaans wordt beschreven, zijn de zuurgraad (pH), de totale hardheid (GH) en de carbonaathardheid (KH). Zij hangen samen: de carbonaathardheid bepaalt in hoeverre de zuurgraad stabiel blijft, en de totale hardheid bepaalt welke soorten zich in het water kunnen handhaven.
Totale hardheid
De totale hardheid is de som van de opgeloste calcium- en magnesiumzouten, uitgedrukt in Duitse graden (°dH) of in milligram calciumcarbonaat per liter; 1 °dH komt overeen met 17,9 mg/l. Vissen uit zwartwater, zoals de rode neon, komen uit water onder 2 °dH; levendbarende tandkarpers en meercichliden verlangen juist 12 °dH of meer.
Voor ongewervelden is calcium noodzakelijk voor de vervelling. Bij een hardheid onder 6 °dH mislukken vervellingen bij dwerggarnalen; slakkenhuizen worden dan poreus.
Carbonaathardheid en buffering
De carbonaathardheid meet het gehalte aan waterstofcarbonaat, dat zuren wegvangt en de pH stabiel houdt. Bij een KH onder 3 °dH kan de zuurgraad binnen een etmaal enkele tienden verschuiven; een plotselinge daling naar zure waarden staat bekend als zuurval en is vaak dodelijk.
Fotosynthese verbruikt overdag koolstofdioxide, waardoor de pH stijgt; 's nachts daalt zij weer. In sterk beplante bakken met een lage KH bedraagt die dagelijkse schommeling gemakkelijk een halve pH-eenheid.
Water aanpassen
Zachter water wordt gemaakt door leidingwater te mengen met osmosewater; de verhouding volgt rechtstreeks uit de gewenste hardheid. Turf en elzenproppen verlagen de pH via humuszuren, maar werken alleen bij een lage carbonaathardheid.
Harder water wordt bereikt met kalkhoudend gesteente, koraalgruis in het filter of een mineraalzout. Chemische pH-verlagers zonder aanpassing van de KH geven een kortstondig effect en een terugslag; zij worden in de literatuur ontraden.
Aanpassingen gebeuren geleidelijk en buiten de bak, in de emmer voor de waterwissel. Een verandering van meer dan 0,3 pH-eenheid of 3 °dH per dag geeft osmotische stress.
Meten
Druppeltests zijn nauwkeuriger dan teststrips, die vooral bij KH en pH sterk kunnen afwijken. Meet op een vast tijdstip, bij voorkeur in de late namiddag wanneer de dagelijkse pH-schommeling haar hoogste punt bereikt, en noteer de waarden zodat een trend zichtbaar wordt.